
Zonlicht op de bodem is nodig zodat jonge boompjes kunnen groeien tot volwassen bomen.

De meeste biodiversiteit ontstaat als er voldoende variatie aan dood hout is (foto boven).
Wortels in dezelfde groep groeien naar elkaar toe om tussen bomen te communiceren (foto onder).


Wat wij aan een paddenstoel, zoals de vliegenzwam, zien is alleen het vruchtlichaam. De ondergrondse schimmeldraden zijn maar een paar micrometer dik en maken een web van tientallen soorten die onderling met elkaar verbonden zijn. De boom maakt hiervan gebruik door een tekort aan te vullen met een overschot aan voedsel van een andere boom, die het overtollig voedsel geeft.

Tonderzwammen vormen een belangrijke schakel in de kringloop van het bos. Ze helpen om dode bomen af te breken en ze geven de voedingsstoffen vrij voor volgende generaties (foto boven).

Saprofyten, zoals de amethiszwam, gaan met hun schimmeldraden in bladafval, dode bomen en breken zij deze dode overblijfselen langzaam af. Wat er uiteindelijk overblijft, draagt weer bij aan de voedselrijkheid van de bodem in zijn algemeenheid, waar andere organismen weer van kunnen profiteren.

Door tijdens je boswandeling niet alleen naar het bos te kijken, maar ook te letten op de onderlinge structuren en organismen, ga je echt door de bomen het bos zien. Door de opgedane kennis ben je in staat om de biodiversiteit in het bos te onderkennen om zo het behoud en het herstel van onze bossen te ondersteunen.
